Er is zoveel meer mogelijk


Begeleiden van langdurig en / of chronisch zieke leerlingen

INTERVIEW


Doen magazine sprak met Elske Palstra. Elske geeft als specialist passend onderwijs advies aan basisscholen.

_ Elske Palstra

“Een kind wil gewoon meedoen, blij en fit zijn.”

Altijd
maatwerk

Zo gewoon mogelijk

|

Elske Palstra zit bijna 40 jaar in het onderwijs, waarvan ongeveer de helft in het speciale onderwijs. Op dit moment geeft ze als specialist passend onderwijs advies aan basisscholen die een vraag hebben omtrent een leerling. “Ik kom in beeld als scholen er zelf niet meer uitkomen met een kind, als er bijvoorbeeld sprake is van een langdurig of chronisch zieke leerling.”

|

Een pittige doelgroep lijkt mij. Waar is het jou om te doen bij deze kinderen?

Het leven van kinderen speelt zich af op school en dus is het belangrijk dat ze het er naar hun zin hebben. Dat geldt voor alle kinderen en dus ook voor hen die langdurig of chronisch ziek zijn. Mijn uitdaging zit hem erin samen met de collega’s van de betreffende basisschool ervoor te zorgen dat een kind ondanks de aandoening toch een leuke schooltijd heeft. Dat hij blij is, succeservaringen heeft en zichzelf kan blijven ontwikkelen. Dit is altijd maatwerk. Wat voor het ene kind wel werkt, werkt voor een ander niet. Ieder kind is anders. Iedere situatie ook. En iedere ziekte, of dat nu diabetes is, of reuma, een stofwisselingsziekte of leukemie, vraagt om een andere benadering.”

Hoe ga je te werk?

“Mijn rol is een beeld te krijgen van wat de ziekte betekent voor een kind. Wat kan hij wel en wat niet en waar liggen de behoeftes? Om dit in kaart te brengen, begin ik met het verzamelen van informatie. Nu kun je natuurlijk van alles over een ziekte vinden op het internet, maar het gaat vooral om persoonlijke informatie en dus praat ik met de ouders, zij kennen hun kind tenslotte het best.


Waaraan merken zij bijvoorbeeld als het niet goed gaat met hun kind? Wat betekent de ziekte voor het kind? Hoe zijn de nachten? Wat zijn de meest energieke momenten op de dag? En wat de meest vermoeide? Welke medicijnen zijn er en wat zijn de bijwerkingen daarvan? Als je ’s nachts geprikt wordt omdat je diabetes hebt, begin je de schooldag anders dan een kind wat heeft kunnen doorslapen. Naast gesprekken met ouders, heb ik soms ook contact met de behandelaars en natuurlijk met het kind zelf. Als volwassenen denken we vaak voor het kind, met de beste bedoelingen overigens, maar een kind weet vaak dondersgoed wat hij wil en wat wel of niet goed voelt.


Zo kwam ik laatst op een school waar ze speciaal voor een jongen, hij moest soms even rusten overdag, een zitzak hadden aangeschaft. Hartstikke goed bedoeld natuurlijk, maar ja, niet overlegd met die jongen en dus lag die zitzak ongebruikt in een hoek. De ouders en de juf konden hoog en laag springen, hij weigerde erop te liggen. Die zitzak maakte van hem een bijzonder geval en hij wilde geen bijzonder geval zijn. Zo ook een meisje die gebaat zou zijn met een aangepaste stoel voorzien van een zachte zitting en armleuningen. Er was geen haar op haar hoofd die overwoog op die stoel te gaan zitten. Ook zij wilde niet anders zijn dan haar klasgenoten.”


"Chronisch of langdurige zieke leerlingen willen zo
graag gewoon zijn, dat ze geneigd zijn hun aandoening te ontkennen met de nodige gevolgen van dien."


Waar let je op in de begeleiding van een leerling?

Als eerste het contact met de andere kinderen. Kinderen willen erbij horen en geaccepteerd worden door klasgenootjes. En dus willen ze zo gewoon mogelijk zijn en niet opvallen. Stel dat de gymles iets moet worden aangepast voor een zieke leerling, dan is dat prima, maar wel graag op zo’n manier dat de klasgenoten er ook profijt van kunnen hebben. Het behouden van autonomie is ook een belangrijke. Een kind moet, natuurlijk afhankelijk van zijn leeftijd, zelf beslissingen kunnen nemen. Voor een ziek kind wordt al zoveel besloten. Wanneer de medicijnen moeten worden genomen bijvoorbeeld, of wanneer de dokter moet worden bezocht. Geef zo’n kind alsjeblieft het gevoel dat hij over bepaalde dingen in zijn leven wél mag beslissen. Dus laat die jongen zijn autonomie opeisen door de zitzak te weigeren. Op school kan hij nee zeggen, in een ziekenhuis niet. Een ander voorbeeld is een tienjarig meisje dat onder schooltijd met insuline moet injecteren. Ze kan het inmiddels zelf, en toch komt er iedere dag een verpleegster naar school om haar te controleren. Niet vreemd dat het meisje zich daar doodongelukkig bij voelt. Geef haar het vertrouwen dat ze het kan. Enigszins in het verlengde hiervan ligt competentie, wat ook een belangrijke is. Met andere woorden, ‘ik kan het en ik kan het ook zelf’. Leerkrachten zijn geneigd te denken dat ze een leerling met een verlaagde energie een plezier doen door ze opdrachten beneden hun niveau te laten maken. Het tegenovergestelde is waar. Zorg dat een kind uitgedaagd blijft, geef hem wel opdrachten van een passend niveau, je doet daarmee een beroep op de gezonde kant van een kind.”

Hoe kijken kinderen zelf naar hun situatie?

“Chronisch of langdurige zieke leerlingen willen zo graag gewoon zijn, dat ze geneigd zijn hun aandoening te ontkennen met de nodige gevolgen van dien. Een kind dat voortdurend over zijn grenzen gaat, en dus vaak moe is, kan zichzelf niet ontwikkelen. Natuurlijk is het belangrijk iemands kwaliteiten te benoemen, een leerling te vragen wat hij leuk vindt en waar hij goed in is. Maar stilstaan bij hetgeen wat er ook speelt, ook al is dat soms moeilijk, is net zo belangrijk.


En dus vraag ik kinderen hoe het is om met de aandoening of beperking te moeten leven. Of hij er soms boos van wordt, of verdrietig. Of hij goed kan meekomen met gym, op welk moment van de schooldag hij zich moe voelt, of wanneer hij gefrustreerd is en wat kan helpen daarmee om te gaan. Door negatieve gevoelens niet weg te duwen, maar er, naast de positieve aspecten, aandacht aan te geven, ontstaat er veerkracht. En een kind dat mee beweegt, voelt zich gelukkiger en kan veel meer aan, waardoor het ook op vrijdagmiddag nog leuk is op school.”

Daar ligt ook een belangrijke taak voor de school.

"Dat klopt, want zodra ik de boel in kaart heb gebracht, is het uiteindelijk aan de leerkracht het onderwijs zo vorm te geven dat het de leerling past. Begrip creëren bij de school is het begin. Informatie verschaffen hoort daarbij. Informatie over de aandoening, de medicijnen en de invloed daarvan op het leven van de leerling waardoor een leerkracht anders naar het kind gaat kijken. Een kind met reuma slikt zware medicijnen, veelal is dat op vrijdag zodat ze het weekend hebben om uit te rusten van de bijwerkingen. Als zo’n kind dan op maandag ziek wordt gemeld, is dat dus niet omdat hij in het weekend te laat naar bed is geweest. Je hebt ook kinderen die de dag vrolijk beginnen, maar steeds meer pijn krijgen gedurende de dag. Docenten snappen dat niet altijd en denken soms dat een kind zich aanstelt, maar neem van mij aan, een kind veinst geen pijn of vermoeidheid. Een kind wil normaal meedoen, blij en fit zijn. Praat eens met de leerling, is vaak mijn advies. Niet alle leerkrachten durven het gesprek aan te gaan terwijl het zo verhelderend en verbindend kan werken. Vaak is daarna alleen een hand op de schouder al genoeg. Of even vragen hoe het gaat. En betrek een kind ergens bij. Stel dat er bijvoorbeeld die middag een uitje is gepland, maar dat er ’s morgens gymles wordt gegeven. Overleg met de leerling of het misschien beter is niet mee te gymen zodat er genoeg energie overblijft voor het uitje. Of als je ontdekt dat een kind graag knutselt of tekent, maar dat dit ingepland staat op een tijdstip dat hij vaak moe is, kijk dan of het mogelijk is het rooster aan te passen. Er is vaak zoveel meer mogelijk dan gedacht wordt, als je het maar signaleert en oppakt.”



"Pas zodra alle vragen duidelijk zijn, en ik het gevoel heb dat de school het oppakt, draag ik het stokje over.”



|

En wat gebeurt er met deze leerlingen na de basisschool?

“Kinderen met een chronische aandoening zijn in feite levenslang aan het leren hoe ze daar het beste mee kunnen omgaan. Iedere fase brengt nieuwe uitdagingen, vragen, confrontaties, gevoelens en frustraties met zich mee. En dus begeleid ik ook het traject van primair naar voortgezet onderwijs door te onderzoeken waar de leerling tegenaan kan gaan lopen. De middelbare school ligt, in tegenstelling tot de basisschool, vaak niet om de hoek, dus hoe komt het kind op school? En hoe zit het met de wisseling van lokalen? Het dragen van zware boekentassen? De lange schooldagen? En stel dat een leerling niet volledig naar school kan, welke vakken gaat hij dan wel volgen en welke niet? Pas zodra dit duidelijk is, en ik het gevoel heb dat de school het oppakt, draag ik het stokje over.”

|


Er is vaak zoveel meer mogelijk dan gedacht wordt, als je het maar signaleert en oppakt.

Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel?

Of wil je een reactie achterlaten? Laat het ons weten via het formulier hiernaast.